Nora rent door de klas
Vandaag mag het, want we doen de oefening: Welk beroep lijkt je leuk?
Op de grond liggen getallen van 1 tot 10 in een lange rij. Nora loopt zo snel als ze kan naar de 10. Een gilletje van enthousiasme ontsnapt uit haar mond. Ze lacht van oor tot oor.
Op het digibord staat een afbeelding van een koning en koningin.
“Wat lijkt je zo leuk aan koningin zijn, Nora?” vraag ik.
“Dan kun je tenminste echt iets voor mensen betekenen,” zegt ze.
“Hoe bedoel je?”
“Nou, als er iets ergs gebeurt, zoals een ramp, dan kun je mensen troosten.”
Natasja staat ook op 10. Haar reden is totaal anders.
“Je woont in een paleis, je krijgt het lekkerste eten en zegt ze met een knipoog:
Je hoeft nooit zelf je bed op te maken
De hele klas barst in lachen uit. Het plezier spat ervan af terwijl de beroepen in razend tempo voorbij komen: tuinman, brandweerman, dokter. Ik heb ook beroepen toegevoegd die je niet op een mbo kunt leren – zoals astronaut, formule 1-coureur of bergbeklimmer – het gaat erom dat ze ontdekken wat ze leuk en interessant vinden aan een beroep.
De afbeeldingen van beroepen op het digibord maken het en minder talig.
Bij deze oefening gaat het niet alleen om het invullen van een lijstje; Ik observeer nauwgezet hoe enthousiast ze zijn, hoe ze kijken en bewegen.
Rennen ze rennen naar de 10, of sjokken ze naar de 1?
Kijken ze verveeld of stralen hun ogen?
Dat zijn waardevolle momenten waarop je kunt zien waar hun interesses liggen en wat hen echt raakt. Tijdens een mentor- of coachingsgesprek kom ik erop terug om er samen met de leerling nog dieper op in te gaan.
Het is zoveel effectiever en leuker dan een standaard beroepentest op de computer – waarbij leerlingen vaak alleen moeten kiezen tussen twee opties. Deze oefening is dynamisch en je krijgt de kans om je leerlingen nog beter te leren kennen.
Het verbaast me!
Dat veel scholen hier niet meer tijd en aandacht aan besteden, want de keuze voor een opleiding bepaalt een groot deel van hun toekomst.
Nu komt stap 2:
Maak een top 10 van de beroepen
die jij het leukst vindt
“Nu komt stap 3, schrijf op wat je zo leuk vindt aan die beroepen.”
Super geconcentreerd maken ze hun lijstje:
- “Ik werk graag buiten.”
- “Ik help graag mensen”
- “Ik heb veel afwisseling nodig.”
- ” Ik zou wel leiding willen geven”
- “Ik wil met dieren werken”
- “Van 9 tot 5 werken lijkt me supersaai.”
- “Ik wil leuke collega’s hebben.”
Na twintig minuten gaan we door naar stap 4: “Kijk goed naar wat je hebt opgeschreven. Welke opleiding of baan past daarbij”
De leerlingen bespreken in 2-tallen wat ze ontdekt hebben.
Tijdens trainingen voor docenten krijg ik vaak dezelfde vraag:
“Maar wat als zijn ouders willen
dat hij advocaat of dokter wordt?”
Dat herken ik maar al te goed. Daarom leg ik tijdens de ouderavond uit dat het niet gaat om mijn mening.
“Uw kind heeft heel veel informatie verzameld over zijn of haar talenten, interesses en wat belangrijk is in een beroep. Ik laat in het werkboek de oefeningen zien over talenten, meervoudige intelligentie, karaktereigenschappen, dromen en doelen en gritt.
“Dit geeft een duidelijk beeld
van wat goed bij uw kind past”
Vaak verandert de houding van ouders wel als ze dit zien. Niet omdat ze ineens van mening veranderen, maar omdat het concreet maakt wat hun kind nodig heeft om gelukkig en succesvol te zijn. En soms is het ook een realitycheck – bijvoorbeeld als blijkt hoe lang en intensief de route naar een bepaald beroep is.
Hier is de link naar de beschrijving. Veel plezier!
|
Wil je verder bouwen op deze oefening? In het werkboek 7 Life Skills voor jongeren vind je nog veel meer van dit soort oefeningen en inzichten om jongeren te helpen hun weg te vinden. 🌟 Michel Linthorst |






