‘Hou je schrift op je eigen tafel!’ schreeuwt Sanne tegen Robert, die naast haar zit.
Ik kan het me wel voorstellen.
Dertig tieners in een bedompt lokaal van 7 bij 7.
En de enige ruimte die Sanne voor zichzelf heeft, is haar tafel.
Mijn groep is net als de samenleving, maar dan in het klein.
Ook buiten het klaslokaal is ruimte delen een probleem.
Even later kijken we het jeugdjournaal
‘Nederland is vol!’ schreeuwt een mevrouw boos.
Ik zet de tv uit.
’We gaan naar het speellokaal,’ zeg ik.
Gaan we dan niet debatteren?’ vraagt Emile verbaasd.
‘Nee, dit keer niet.’
Er liggen kranten, opengevouwen op de grond verspreid.
‘Maak tweetallen en ga bij een krant staan.
Ga er nu allebei op staan.’
Alle leerlingen staan op de krant.
‘Stap er nu maar weer af!’
‘Wie stapte er als eerste op?’ vraag ik.
Vingers gaan de lucht in.’
‘En wat zegt dat jullie?’
‘Dat ik brutaler ben.’
‘Dat ik initiatief neem.’
‘Dat ik de ander voor laat gaan.’
‘Dat is sloom ben.’
‘Ga nog eens allebei op de krant staan.
Je voeten moeten er helemaal op.’
De leerlingen kijken me vragend aan.
Het past maar net.
Ze staan met hun gezicht naar elkaar.
‘En nu?’ vraagt Emile?’
Ik laat ze even in het ongewisse.
Sommige kinderen wiebelen wat ongemakkelijk.
Sanne staat helemaal op het uiterste puntje van de krant.
‘Ga nu eens op een andere manier op de krant staan.’
‘Hoe bedoelt u, anders?’ vraagt Robert.
‘Probeer te ontdekken
op welke manieren je op de krant kan staan,’ zeg ik.
De kinderen staan met hun ruggen of schouders tegen elkaar.
Of een combinatie daarvan.
‘Bepaal nu wat voor jullie de beste manier is om de ruimte te delen,’ vraag ik.
Vriendinnen Louisa en Ellen omarmen elkaar.
Henk en Willem leunen relaxt met hun ruggen tegen elkaar
Marianne en Sjors staan schouder aan schouder,
met hun armen over elkaar.
Ik kan het me wel voorstellen.
Dertig tieners in een bedompt lokaal van 7 bij 7.
En de enige ruimte die Sanne voor zichzelf heeft, is haar tafel.
Mijn groep is net als de samenleving, maar dan in het klein.
Ook buiten het klaslokaal is ruimte delen een probleem.
Even later kijken we het jeugdjournaal
‘Nederland is vol!’ schreeuwt een mevrouw boos.
Ik zet de tv uit.
’We gaan naar het speellokaal,’ zeg ik.
Gaan we dan niet debatteren?’ vraagt Emile verbaasd.
‘Nee, dit keer niet.’
Er liggen kranten, opengevouwen op de grond verspreid.
‘Maak tweetallen en ga bij een krant staan.
Ga er nu allebei op staan.’
Alle leerlingen staan op de krant.
‘Stap er nu maar weer af!’
‘Wie stapte er als eerste op?’ vraag ik.
Vingers gaan de lucht in.’
‘En wat zegt dat jullie?’
‘Dat ik brutaler ben.’
‘Dat ik initiatief neem.’
‘Dat ik de ander voor laat gaan.’
‘Dat is sloom ben.’
‘Ga nog eens allebei op de krant staan.
Je voeten moeten er helemaal op.’
De leerlingen kijken me vragend aan.
Het past maar net.
Ze staan met hun gezicht naar elkaar.
‘En nu?’ vraagt Emile?’
Ik laat ze even in het ongewisse.
Sommige kinderen wiebelen wat ongemakkelijk.
Sanne staat helemaal op het uiterste puntje van de krant.
‘Ga nu eens op een andere manier op de krant staan.’
‘Hoe bedoelt u, anders?’ vraagt Robert.
‘Probeer te ontdekken
op welke manieren je op de krant kan staan,’ zeg ik.
De kinderen staan met hun ruggen of schouders tegen elkaar.
Of een combinatie daarvan.
‘Bepaal nu wat voor jullie de beste manier is om de ruimte te delen,’ vraag ik.
Vriendinnen Louisa en Ellen omarmen elkaar.
Henk en Willem leunen relaxt met hun ruggen tegen elkaar
Marianne en Sjors staan schouder aan schouder,
met hun armen over elkaar.
Iedereen staat anders.
Je ziet zoveel gebeuren tijdens deze oefening.
Maar zoals altijd, hou ik mijn mening voor me.
Hoe ik erover denk, doet er niet toe.
‘Stap maar van de krant.
Wat hebben we net gedaan?’
‘Ruimte gedeeld op een Algemeen Dagblad,’ zegt Robert met veel gevoel voor humor.
(Ik zeg eigenlijk nooit wat de bedoeling is van deze lessen.
Anders schieten ze meteen in de denk-stand.
En dat is nou net wat ik niet wil.
Ik wil dat ze ervaren, ontdekken, experimenteren en doen.
En zelf hun mening vormen.)
Achteraf vertellen de leerlingen over hun ervaringen:
‘Ruimte delen is makkelijker
als de ander je ook wat gunt.’
‘Of als je elkaar beter kent.’
‘Tegenover elkaar staan voelt alsof je ruzie hebt, naast elkaar alsof je vrienden bent.’
‘Als je knoflook hebt gegeten kan je beter met je rug tegen elkaar staan.’
‘Ha, ha, dank jullie wel.
Goed verteld en geluisterd,’ zeg ik .
‘En dan nu terug naar de klas
voor jullie favoriete vak.
Breuken!’
Michel Linthorst
Ik loop voldaan terug naar het klaslokaal.
Het is me gelukt om ze iets te leren door alleen maar vragen te stellen.
De volgende keer doen we weer een oefening met een krant
maar nu moeten ze hun eigen ruimte bewaken.
Een oefening, speciaal voor Sanne, om te leren op een goede manier
haar grenzen te stellen en voor zichzelf op te komen.
Je ziet zoveel gebeuren tijdens deze oefening.
Maar zoals altijd, hou ik mijn mening voor me.
Hoe ik erover denk, doet er niet toe.
‘Stap maar van de krant.
Wat hebben we net gedaan?’
‘Ruimte gedeeld op een Algemeen Dagblad,’ zegt Robert met veel gevoel voor humor.
(Ik zeg eigenlijk nooit wat de bedoeling is van deze lessen.
Anders schieten ze meteen in de denk-stand.
En dat is nou net wat ik niet wil.
Ik wil dat ze ervaren, ontdekken, experimenteren en doen.
En zelf hun mening vormen.)
Achteraf vertellen de leerlingen over hun ervaringen:
‘Ruimte delen is makkelijker
als de ander je ook wat gunt.’
‘Of als je elkaar beter kent.’
‘Tegenover elkaar staan voelt alsof je ruzie hebt, naast elkaar alsof je vrienden bent.’
‘Als je knoflook hebt gegeten kan je beter met je rug tegen elkaar staan.’
‘Ha, ha, dank jullie wel.
Goed verteld en geluisterd,’ zeg ik .
‘En dan nu terug naar de klas
voor jullie favoriete vak.
Breuken!’
Michel Linthorst
Ik loop voldaan terug naar het klaslokaal.
Het is me gelukt om ze iets te leren door alleen maar vragen te stellen.
De volgende keer doen we weer een oefening met een krant
maar nu moeten ze hun eigen ruimte bewaken.
Een oefening, speciaal voor Sanne, om te leren op een goede manier
haar grenzen te stellen en voor zichzelf op te komen.
En de week daarop: ruimte delen op de wiebelplank.
Ze geloven vast niet dat er echt 14 leerlingen op zo’n plank passen van 100 x 50 cm
Ze geloven vast niet dat er echt 14 leerlingen op zo’n plank passen van 100 x 50 cm

