Het was mijn tweede jaar als meester en Tom zat bij mij in groep 5.
Een schat van een jongen, super sociaal en een enorme dromer.
De intern begeleider zei dat hij een motivatieprobleem had.
En dat geloofde ik,
want wat ik ook deed er was nauwelijks beweging in hem te krijgen.
Nou ja, behalve in de pauze dan. Je moest Tom eens zien voetballen, vol geestdrift en passie. Alles probeerde hij uit die 15 minuten pauze te persen, met als ultieme doel om mij door mijn benen te spelen.
En of het nou regende of niet, Tom claimde altijd 5 minuten blessuretijd. Sporten maakte zijn hoofd leeg en hij hoefde er niet bij na te denken. Tom was niet gemaakt om na te denken, de hele dag stil te zitten en te luisteren.
Een schat van een jongen, super sociaal en een enorme dromer.
De intern begeleider zei dat hij een motivatieprobleem had.
En dat geloofde ik,
want wat ik ook deed er was nauwelijks beweging in hem te krijgen.
Nou ja, behalve in de pauze dan. Je moest Tom eens zien voetballen, vol geestdrift en passie. Alles probeerde hij uit die 15 minuten pauze te persen, met als ultieme doel om mij door mijn benen te spelen.
En of het nou regende of niet, Tom claimde altijd 5 minuten blessuretijd. Sporten maakte zijn hoofd leeg en hij hoefde er niet bij na te denken. Tom was niet gemaakt om na te denken, de hele dag stil te zitten en te luisteren.
Ik vond het moeilijk om Tom drie pagina’s met breuken voor te schotelen en te zien hoe hij steeds somberder werd. Stiekem gaf ik hem een paar rijtjes minder. Maar ik kon niet te veel sjoemelen met het strak geplande rooster.
Puffend en steunend boog Tom zich over de sommen maar het duurde nooit lang voordat zijn gedachten weer afdwaalden, hoe goed hij zijn best ook deed om zich te concentreren. Echt boos kon ik nooit op hem worden, daarvoor herkende ik teveel van mezelf in hem. Maar ik voelde me vooral heel bezwaard dat ik niet wist hoe ik hem kon helpen.
Tom gaf mij later, zonder dat hij het wist,
een belangrijke les
Wat was nou eigenlijk het echte probleem van Tom?
Ik denk dat hij leed aan een ‘Oost-Indisch motivatie-probleem (van het niet opzettelijke soort).’
Dat betekent dat je je wel gemotiveerd bent, maar alleen voor zaken die jij interessant vind, waar je goed in bent, of waarvan je het doel ziet. Ik kwam er pas veel later achter dat Tom wel degelijk gemotiveerd was om te leren.
Maar niet op de traditionele,
schoolse manier.
Zodra Tom van school af kon reisde hij de hele wereld over en leefde een avontuurlijk leven. Hij volgde trainingen om sportinstructeur te worden en leerde mensen berg beklimmen, abseilen en mountainbiken. Het laatste wat ik van hem hoorde was dat hij een hele succesvolle surf-leraar was in Zuid-Afrika.
Puffend en steunend boog Tom zich over de sommen maar het duurde nooit lang voordat zijn gedachten weer afdwaalden, hoe goed hij zijn best ook deed om zich te concentreren. Echt boos kon ik nooit op hem worden, daarvoor herkende ik teveel van mezelf in hem. Maar ik voelde me vooral heel bezwaard dat ik niet wist hoe ik hem kon helpen.
Tom gaf mij later, zonder dat hij het wist,
een belangrijke les
Wat was nou eigenlijk het echte probleem van Tom?
Ik denk dat hij leed aan een ‘Oost-Indisch motivatie-probleem (van het niet opzettelijke soort).’
Dat betekent dat je je wel gemotiveerd bent, maar alleen voor zaken die jij interessant vind, waar je goed in bent, of waarvan je het doel ziet. Ik kwam er pas veel later achter dat Tom wel degelijk gemotiveerd was om te leren.
Maar niet op de traditionele,
schoolse manier.
Zodra Tom van school af kon reisde hij de hele wereld over en leefde een avontuurlijk leven. Hij volgde trainingen om sportinstructeur te worden en leerde mensen berg beklimmen, abseilen en mountainbiken. Het laatste wat ik van hem hoorde was dat hij een hele succesvolle surf-leraar was in Zuid-Afrika.
Pas toen hij de kans kreeg zijn passie te volgen kwam hij echt in zijn element. Hij deed wat hij het liefste deed en waar hij goed in was.
En nog eens succesvol ook.
Eigenlijk hadden we hem op school alleen maar in de weg gezeten. Iets van hem geëist waar hij niet aan kon voldoen en waar hij somber van werd. En dat noemde wij een motivatieprobleem. En hij noemde school een soort gevangenis. (hoorde ik jaren later van zijn moeder. *Zie ook haar reactie onder deze blog).
Nu begreep ik pas waar
Tom zat met zijn gedachten.
Van hem leerde ik dat je niet van alle kinderen kunt eisen dat ze gemotiveerd moeten zijn voor iets waarin ze niet geïnteresseerd zijn. Sommige kinderen kunnen dat heel goed, maar veel kinderen ook niet.
Iedereen is geniaal. Maar als je een vis beoordeelt op zijn talent
om een boom te beklimmen, dan zal hij zijn hele leven denken dat hij stom is.
Albert Einstein
Tom leert beter door te doen en te ervaren omdat hij zijn eigen ‘beweeg-redenen’ heeft ontdekt. Grappig toch als je bedenkt dat het woord motivatie zoiets betekent als: een reden om in beweging te komen.
Ik heb ontdekt dat je je leerlingen op grofweg twee manieren in beweging krijgen.
De eerste manier
Je kunt ze duwen, ze vertellen welke kant ze op moeten, hoe hard ze moeten lopen, waar de eindstreep ligt en wanneer ze de die moeten halen. Maar wat is je natuurlijke reactie als je wordt geduwd? Precies: je gaat tegenstribbelen. (Tenzij je heel volgzaam bent, dan laat je je duwen.)
De tweede manier
Je kunt je leerlingen ook stimuleren om in beweging te komen. Bijvoorbeeld door:
Gelukkig is het met Tom helemaal goed gekomen. Maar helaas lukt het niet iedere leerling dat op eigen kracht. Ik ben op zoek gegaan naar wat we kunnen doen om leerlingen zoals Tom niet dwars te zitten maar te helpen. Ik heb ontdekt dat er vele mogelijkheden zijn.
Eén daarvan is om ze af en toe een keuzeles aan te bieden.
Meer daarover kun je lezen in deze blog.
En o ja, dank je Tom voor de les
‘volg je passie!’
Michel Linthorst
De eerste manier
Je kunt ze duwen, ze vertellen welke kant ze op moeten, hoe hard ze moeten lopen, waar de eindstreep ligt en wanneer ze de die moeten halen. Maar wat is je natuurlijke reactie als je wordt geduwd? Precies: je gaat tegenstribbelen. (Tenzij je heel volgzaam bent, dan laat je je duwen.)
De tweede manier
Je kunt je leerlingen ook stimuleren om in beweging te komen. Bijvoorbeeld door:
- ze te inspireren
- ze te helpen hun ‘beweeg-redenen’ of drijfveren te vinden
- (een deel van) het programma aan te laten sluiten bij hun talenten en kwaliteiten
Gelukkig is het met Tom helemaal goed gekomen. Maar helaas lukt het niet iedere leerling dat op eigen kracht. Ik ben op zoek gegaan naar wat we kunnen doen om leerlingen zoals Tom niet dwars te zitten maar te helpen. Ik heb ontdekt dat er vele mogelijkheden zijn.
Eén daarvan is om ze af en toe een keuzeles aan te bieden.
Meer daarover kun je lezen in deze blog.
En o ja, dank je Tom voor de les
‘volg je passie!’
Michel Linthorst


